Rechtse feministe: een utopie?

Door An Capoen op 21 juni 2017, over deze onderwerpen: Mensenrechten

Opiniestuk op Knack online

Het was even schrikken toen ik het las in De  Standaard: “Rechtse feministes zijn geen echte feministes”. Een quote van Anja Meulenbelt (oud parlementslid van de Nederlandse Socialistische Partij). Haar uitgangspunt is dat rechtse (al dan niet zelfverklaarde) feministes enkel bezig zijn met witte, hoogopgeleide vrouwen. Het type vrouwen dat probeert het glazen plafond te doorbreken en zich in de verste verte niet bezig houdt met “intersectioneel” feminisme, zijnde het type dat ook kijkt naar zaken zoals klasse en kleur.

Maar is dat wel zo? Hoog tijd voor wat introspectie bij mezelf, maar misschien ook bij alle andere collega’s die behoren tot de groep rechtse/liberale feministes. Als parlementslid van de N-VA word ik natuurlijk al snel in het hokje rechts en liberaal gepropt. Hoewel ik niet van hokjes hou, is dat wellicht grotendeels terecht, ik heb namelijk een gezonde rechtse reflex als het komt op economisch en maatschappelijk denken. Nochtans, er zit in mij een progressieve dame verscholen, en dat niet eens zo diep volgens sommigen. Zeker op ethische thema’s bevind ik mij eerder aan de linkerkant van het spectrum: ik ben bijvoorbeeld pro abortus en euthanasie. Hoewel ik altijd de realiteit in het oog probeer te houden en meezoek naar wetenschappelijke evidenties, zodat mensen een gefundeerd standpunt hierover kunnen innemen.

Dat ik lid ben geworden van de N-VA heeft zeker met de omgeving te maken waarin ik ben opgegroeid, maar die omgeving leerde mij nog andere dingen. Ik ben namelijk opgevoed volgens het principe “alles wat je broer kan, moet jij ook kunnen” en “zorg dat je later zelf voor je onderhoud kan instaan”. Beide principes werkten trouwens in beide richtingen. Het zijn misschien niet de meest hoogstaande ideeën, maar ze hebben wel voor een gelijkwaardige opvoeding gezorgd en alvast voor het idee dat ik evenwaardig ben aan diegenen rond mij. Dus per definitie ben ik nu een feministe: ik ga uit van een gelijkwaardigheid tussen man en vrouw en probeer daar ook naar te leven en te streven naar gelijke rechten voor beiden. Ik ben ook niet beschaamd om mezelf zo te benoemen. Ik ben natuurlijk wel blank en tot mijn grote geluk ben ik opgegroeid in een stabiel gezin dat ervoor gezorgd heeft dat ik heel lang heb kunnen studeren. Twaalf jaar om precies te zijn, want ik ben arts-specialist van opleiding. Maar is mijn feminisme daarom nu minderwaardig?

Ontbreekt het mij dan aan een voldoende geloofwaardige  gender reflex? Of is deze gender reflex enkel toegespitst op “witte, hoogopgeleide, gefortuneerde vrouwen”? Ik ben alvast overtuigd van niet. Ik heb bewust gekozen voor de commissie Buitenlandse Zaken in het parlement, waar ik ondermeer het thema mensenrechten opvolg. Ik probeer me mede door mijn lidmaatschap in de groep “Parlementairen voor Agenda 2030” ook toe te spitsen op thema’s zoals vrouwenrechten en seksuele en reproductieve gezondheid. Er zijn deze legislatuur dan ook al enkele mooie voorbeelden van hoe een “rechtse” meerderheid zich mee inzet voor deze problemen. We keurden al een resolutie goed tegen kindhuwelijken. Recent werd in de commissie Buitenlandse Zaken mijn eigen resolutie voor meer aandacht voor onderwijs en dan specifiek kwaliteitsvol onderwijs voor meisjes in ontwikkelingslanden goedgekeurd. Samen met de oppositie volgen meerdere leden van de meerderheid deze zaken op en controleren we de regering of ze voldoende aandacht blijft houden voor deze thema’s. Het lijkt mij dus dat daar ook het probleem niet zit. Als ik alles optel, dan lijkt het mij dat ik toch op zijn minst probeer om “intersectioneel feminisme” te beoefenen.

Een ander probleem dat Anja Meulenbelt aanhaalt is dat de huidige feministes vooral net die witte, hoogopgeleide vrouwen zijn en dat zij onvoldoende voeling hebben met bijvoorbeeld een zwarte arbeidersvrouw die er maar kan van dromen dat haar kinderen de kansen krijgen die ik kreeg. Is dat dan een privilege voor feministes die hun basis vinden in de socialistische partij? Heeft zij dan wel een beter idee wat het is om een andere kleur of religie te hebben? Ze heeft in haar jonge leven wat meer tegenslag gehad en zo hard moeten knokken om omhoog te klimmen op de sociale ladder, maar ben je per definitie minder feminist als je dat niet moest doen? Is mijn engagement minderwaardig omdat het niet voortkomt uit een sociaal gevecht tegen het patriarchaat? Maar omdat ik, in tegendeel, mijn bevoorrechte positie probeer te gebruiken om dingen in mijn omgeving (en bij uitbreiding wat verder van mijn comfortzone) te veranderen?

Wat wel opvallend is, is dat Anja Meulenbelt vindt dat het feminisme gefaald heeft in de ongelijkheid te doen verdwijnen. Het zijn volgens haar nog al te vaak de vrouwen die onbetaalde arbeid (met name het huishoudelijke werk) voor zich nemen. Het is een bizarre conclusie gezien ze toch uitgaat van een vorm van goed en slecht feminisme. De liberalen gebruiken haar ideeën zogezegd als het hen uitkomt, maar hoe kan het dan dat het goede, linkse feminisme ertoe geleid heeft dat die ongelijkheid er anno 2017 überhaupt nog steeds ten dele is?

Ik voel me dus niet aangesproken door de kritiek. Het lijkt mij dan ook dat mevrouw Meulenbelt een verkeerde strijd levert als ze tekeer gaat tegen het “liberale feminisme”. De strijd tegen het glazen plafond staat niet los van de strijd voor meer rechten voor vrouwen in alle lagen van de bevolking en uithoeken in de wereld. Deze staat niet haaks op andere vormen van feminisme, maar is er compatibel aan, het socialisme heeft namelijk geen alleenrecht op feminisme.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is