Ebola: 'keep calm and carry on'

Door An Capoen op 19 november 2014, over deze onderwerpen: Buitenlandse Betrekkingen, Volksgezondheid

Begin dit jaar brak in Guinea-Conakry een Ebola-epidemie uit. Intussen behoren ook Sierra Leone en Liberia tot de getroffen landen en hebben we de kaap van 4000 doden en meer dan tienduizend besmettingen bereikt. Een einde lijkt niet meteen in zicht maar het besef over de ernst van deze epidemie en mogelijke pandemie is er ondertussen alom tegenwoordig. Tussentijds lijkt de uitbraak in de DR Congo onder controle en is Nigeria zelfs al ‘Ebola-vrij’ verklaard.

Tot op heden van schrijven is de enige band tussen het vreselijke Ebola-virus, dat genoemd is naar een Congolese rivier, en Vlaanderen de Leuvense microbioloog en ontdekker van de ziekte, Peter Piot. Bijna 40 jaar later waarschuwt diezelfde Piot, inmiddels een wereldvermaard viroloog, voor een nieuwe en veel grotere epidemie als we niet drastisch ingrijpen.

Een voorgeschiedenis met een Vlaams kantje

EUREKA! We schrijven het jaar 1976 wanneer Peter Piot en zijn collega erin slagen om als eerste het dodelijke virus te isoleren. Het initiële onderzoek naar een ander en tien jaar oudere Marburg-virus werd al snel verlaten door de aanblik doorheen de microscoop, dit was iets anders.

Het Marburg-virus was een kleine tien jaar daarvoor ontdekt in Duitsland en was verantwoordelijk voor zeven dodelijke slachtoffers. De bron van de besmetting werd gelegd bij ingevoerde Oegandese apen. Sinds de ontdekking ervan zijn er doorheen de jaren nog enkele Marburg-uitbraken vastgesteld. Begin oktober van dit jaar werden zelfs 80 personen in quarantaine geplaatst vanwege een verdacht overlijden, waarschijnlijk ten gevolge van het voornoemde virus.

De link tussen Ebola en het Marburg-virus is logisch. Naast de plaats van herkomst (Centraal-Afrika) en de mogelijke achtergrond in het dierenrijk, vermoedelijk vleermuizen, zijn zowel Marburg als Ebola filovirussen en beiden hebben gelijkaardige symptomen. Klassieke griepsymptomen gaan al snel over tot spier- en gewrichtspijnen maar het is vooral de tweede fase die het leven van de besmette personen tot een hel maakt. Interne bloedingen in het maag-darmstelsel, bloedingen in de slijmvliezen, veelvuldige en zeer pijnlijke stoelgang, overmatig braken, … leiden tot algemene zwakte van de patiënt. Het is dit verlies van allerlei lichaamsvloeistoffen dat de ziekte zo besmettelijk maakt en met een mortaliteit van ongeveer 50% tot 70% is de ziekte uitermate gevaarlijk te noemen.

Tijdens het onderzoeksproces van Piot kwamen berichten binnen van meer mysterieuze sterfgevallen (onder andere bij Belgische zusters) in het toenmalige Zaïre. Piot werd in allerijl opgetrommeld om het virus verder te onderzoeken en bovenal de dreigende epidemie tegen te houden. Dat de piloten ‘Adieu’ riepen naar hem in plaats van het gebruikelijke ‘au revoir’ is een indicatie dat de angst er goed inzat. Toch slaagde Piot erin samen met zijn team om de epidemie een halt toe te roepen. Niet via een revolutionair geneesmiddel maar via maatregelen op het vlak van hygiëne, procedures in ziekenhuizen en een uitgekiende strategie om de verspreiding ervan in kaart te brengen. Tot de huidige epidemie in 2014 zijn er nog 4 noemenswaardige uitbraken geweest met die van 1995 als uitschieter.

De vrees voor een wereldepidemie: Pandemie

Terwijl het Ebola-virus vooralsnog gezien wordt als een regionale epidemie in Centraal-Afrika, weliswaar met enkele uitschieters bij Westerse hulpverleners, bestaat de vrees bij specialisten en bijgevolg bij de gehele bevolking voor een wereldwijde pandemie. Naast het gevaar voor de wereldgezondheid is er ook het risico dat de epidemie de hele Centraal-Afrikaanse regio dreigt te destabiliseren.

Waarom het Ebola-virus terug als een lopend vuurtje is kunnen verspreiden is voor Peter Piot duidelijk: ‘het juiste virus op het juiste moment’. Deze ‘Perfect Storm’-benadering ziet alle lokale spelers en factoren samenvallen waardoor er een ideale speelruimte werd gecreëerd voor het virus.

Zo is Centraal-Afrika de afgelopen jaren geteisterd geweest door verschillende burgeroorlogen, de daarbij horende chaos en malaise werd een precair gezondheidssysteem fataal. Dokters en verpleegkundigen werden en zijn een zeldzaamheid en lokale geloven en gebruiken kregen, wederom, vrij spel. Ook de bevolkingsdichtheid, met dicht bevolkte grootsteden, in de grensregio tussen Guinee, Sierra Leone en Liberia speelt in de kaart van besmettelijke ziekten en maakt het des te moeilijker om besmettingsroutes in kaart te brengen. De bevolkingsdichtheid en gebrekkige infrastructuur zorgt er onder andere voor dat vele doden begraven worden bij woongebieden, wat de kans op besmetting vergroot.

Het wantrouwen van de lokale bevolking ten opzichte van hun overheden is dan ook logisch te noemen. Decennia lang krijgt de lokale bevolking te maken met een corrupt politiek systeem dat geen antwoorden biedt op maatschappelijke problemen. Opstanden worden de kop ingedrukt en zowel nationale legers als rebellenbewegingen maken zich schuldig aan verschillende misdaden op de eigen bevolking. Het is deze chaos in combinatie met gebrekkige educatie en de machtspositie van oude gebruiken die zorgen voor een algemeen wantrouwen ten opzichte van het Westen en de medische wetenschappen. Hulpverleners die met goede bedoelingen mensen willen helpen worden aanzien als engelen des doods. Het bijgeloof schrijft de lokale bevolking namelijk voor dat het net deze witjassen zijn die de ziekte injecteren en verspreiden. Het gevolg hiervan is dat hulpverleners naast de ziekte ook een vijandige bevolking tegenover zich krijgen, wat de bestrijding van de ziekte bemoeilijkt.

Daarnaast legt Piot de schuld ook bij de WHO en de internationale gemeenschap zelf. Zo werd er zowel in Amerika, België als bij de WHO bespaard op de post Zeldzame Ziekten. Het traag reageren van de WHO en de internationale gemeenschap is volgens hem een rechtstreeks gevolg van die specifieke besparingen.

Welke beleidsmaatregelen zijn er genomen en wat kunnen we nog verwachten?

Uit vrijgegeven cijfers van 10 november jongstleden blijkt dat er wereldwijd 13286 gerapporteerde besmettingen zijn geweest. Er zijn daarnaast ook 4960 gerapporteerde overlijdens te betreuren, het merendeel in de landen als Liberia, Sierra Leone en Guinea-Conakry. Het aantal besmettingen lijkt echter te dalen (‘besmettingsgraad’) en in landen als Guinee en DR Congo onder controle en stabiel. Enige optimisme is dus van toepassing.

De epidemie, waarvan de wortels uiteindelijk al een jaar achter ons liggen, lijkt dus gestabiliseerd. Ondanks de wereldwijde aandacht voor het virus blijkt echter dat de meerderheid van de bevolking over een gebrekkige kennis beschikt. Vandaar even wat toelichting.

Het Ebola-virus is weliswaar een zeer agressief virus, maar is niet uitzonderlijk besmettelijk. Het is agressief omdat besmette patiënten zeer ziek worden met helse pijnen en allerhande symptomen, waarvan 1 op 2 komt te overlijden. Ondanks deze agressiviteit is het minder besmettelijk dan bv. SARS of zelfs griep. Ebola is ook niet overdraagbaar via lucht maar enkel via nauw en intensief contact met besmette personen en hun lichaamsvloeistoffen. Meteen de reden waarom het vaak hulpverleners en familieleden zijn die besmet geraken. Het virus is ook redelijk makkelijk te doden: UV-licht of zelfs uitdroging volstaan om virusdeeltjes te vernietigen.

Samenvattend kunnen we volgens minister van Volksgezondheid De Block (O-VLD) de situatie in de drie hardst getroffen landen fragiel maar zeker ook stabiel noemen. Het risico op een uitbraak in België, een zogenaamde ‘outbreak’, is zeer minimaal. Niet op zijn minst vanwege de inspanningen op nationaal en internationaal niveau.

Die inspanningen, die echter onverminderd moeten doorgaan, lijken dus hun vruchten af te werpen. Zo heeft de Europese Unie haar steun verhoogd naar 1 miljard euro en ook het WHO roert zich door te beloven tegen midden 2015 honderdduizenden Ebola-vaccins klaar te hebben. Tegen eind van dat jaar wil men zelfs aan 1 miljoen dosissen geraken. Ook privépartners als GSK en Johnson&Johnson (met name ook dochterbedrijf Janssen Pharmaceutica) hebben toegezegd meer middelen vrij te maken om het productieproces voor deze vaccins te versnellen.

De internationale coördinatie die broodnodig is in het bestrijden van de epidemie is in handen van de WHO. Die heeft geopteerd om zogenaamde ‘leadnations’ aan te stellen: Verenigd Koninkrijk voor Sierra Leone, Verenigde Staten van Amerika voor Liberia en Frankrijk voor Guinea. België heeft er in functie van lokale en regionale expertise voor gekozen om samen te werken met organisaties die al ter plaatse waren zoals het Rode Kruis, UNICED, WHO, OCHA, WFP en FAO en met ‘leadnation’ Frankrijk. In totaal heeft België een bijdrage geleverd van 25.9 miljoen Euro in wat men noemt ‘flexibele fondsen’. In tegenstelling tot nationale hulp (bijvoorbeeld het sturen van een C130 of een BeFast-team) kunnen flexibele fondsen meteen worden aangewend, een belangrijke eigenschap in een kwestie waarin snelheid en adequaatheid van levensbelang is. Daarnaast heeft de federale regering ook nog 9 miljoen ter beschikking gesteld voor bijkomende interventies, vooral gericht op logistiek en hygiëne. Dat de Belgische inspanningen er te doen, bewijzen de uitspraken van VN-gezant Samantha Powers. Ze benadrukte de internationale appreciatie over de Belgische inspanningen, met de nadruk op het openhouden van de luchtbrug. De vluchten van Brussel Airlines worden aanzien als een levenslijn voor de verder afgesloten regio. Samen met Air France is Brussels Airlines de enige Europese luchtvaartmaatschappij die nog vliegt naar de getroffen regio. Naast de flexibele fondsen en het openhouden van een luchtbrug heeft België ook 15 Unimog-voertuigen geleverd aan Frankrijk ten voordele van logistieke ondersteuning en bemant het mobiele labo’s in Guinea. Die mobiele labo’s werken met de budgetten van BeFast en zijn vanwege hun hoge kostprijs maar tijdelijke projecten van 2 maand.

Naast internationale samenwerking moet men ook op nationaal niveau de handen uit de mouwen steken. Zo heeft minister van Volksgezondheid De Block Dr. Vlieghe, het hoofd van de afdeling Tropische Ziekten van het UZ  in Antwerpen, aangesteld als nationaal Ebola-coördinator. Zij zal bijgestaan worden door een adjunct-coördinator die afhangt van de FOD Volksgezondheid. Samen zullen zij het nationale Ebola-coördinatieteam aansturen en adviseren en heeft ze als voornaamste opdracht het beleid te homogeniseren en analyseren. Zo hebben drie ziekenhuizen (St-Pierre Brussel, UZ Leuven en UZ Antwerpen) zich geëngageerd opvang te bieden aan mogelijk besmette patiënten, terwijl alle andere ziekenhuizen maatregelen hebben getroffen moest er een verdacht geval zich aanmelden op de dienst Spoedgevallen. Een speciale ambulancedienst met opgeleid personeel staat 24/24 en 7/7, klaar om uit te rukken voor mogelijke besmettingen. Daarnaast staat er ook altijd één volledige unit op stand-by waardoor de dienstverlening niet kan stilvallen bij mogelijke pannes. Het is nu, onder leiding van de coördinatrice, vooral de bedoeling om alle maatregelen, materiaal en de te volgen procedures te homogeniseren en bekend te maken. Ook het opstellen van een specifieke taakverdeling tussen de verschillende departementen (met name Defensie en Volksgezondheid), ziekenhuizen, … behoort tot haar takenpakket. Eén centrale website kadert in deze gedachtegang.

Maar Dr. Vlieghe koestert hoop en hamert op het feit dat we niet in paniek mogen slaan. Haar werkethos is ‘keep calm, and carry on’. Alleen zo zullen we volgens haar het Ebola-virus op een effectieve manier kunnen bekampen. Ook op internationaal niveau moeten we blijven samenwerken met de verschillende partners (zowel landen als NGO’s) om van elkaar te leren en de solidariteit onder mekaar niet te verliezen. Wanneer de nood het hoogst is heb je net vrienden nodig.

Wat is de invloed op het buitenlands beleid?

Het hele Ebolagebeuren heeft op zich niet veel effect op het buitenlands beleid. Behalve dat het misschien een goede test was voor de nieuwbakken regering om ervaring op te doen inzake nationale, Europese en internationale samenwerking. Maatregelen voor hygiëne en bescherming zijn nodig maar staan los van een te voeren buitenlands beleid. Daarnaast bewijst deze crisis nog maar eens dat internationale solidariteit en multilateraal overleg en samenwerking van alle tijden is en een proces is dat nooit af is. Hierin stil staan is hetzelfde als achteruit gaan.

Het is echter wel pijnlijk om vast te stellen dat de echte paniek pas ontstaan is nadat er enkele blanke slachtoffers waren, dit terwijl er al ettelijke Afrikanen waren gevallen aan de epidemie. Het is een onthutsende vaststelling dat we moeten meenemen. Virussen stoppen niet aan grenzen en we moeten ons blijven inzetten om de banden met de verschillende continenten aan te halen en te versterken. De nadruk moet naast gezondheidszorg en politieke stabiliteit ook liggen op basiseducatie inzake hygiëne en gezondheidszorg, weliswaar met respect voor de lokale gebruiken.

De Ebola-hysterie heeft ook economische gevolgen. De toerismesector, traditioneel een grote van inkomsten voor de Afrikaanse samenleving, dreigt stil te vallen. Men merkt zelfs economische stilstand op in landen waar de ziekte helemaal niet aanwezig is. Een algemene neergang is slecht nieuws voor landen met een zwak economisch systeem en creëert een ideaal speelveld voor rebellengroeperingen, geruchten en traditionele gebruiken als sjamanen. Het politieke niveau moet dus met alle middelen gesteund worden zodat er een centraal aanspreekpunt aanwezig blijft om de verspreiding van het virus tegen te houden. Tegelijkertijd moet de internationale gemeenschap waakzaam blijven zijn dat men de democratie niet aan hun laars lapt ten voordele van stabiliteit. Het is bekend dat de presidenten in landen als Rwanda en Congo de grondwet willen aanpassen zodat beiden kunnen gaan voor een derde ambtstermijn. Internationaal gezien kan men misschien overstag om deze aanklacht tegen democratie te verdoezelen om een vast aanspreekpunt tegen Ebola te behouden, maar het is aan ons om deze mogelijke weg in de gaten te houden en indien nodig in vraag te stellen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is